Belangrijke (erfelijke) aandoeningen die in het ras van de boxer voor “kunnen” komen:

 

  1. Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie (ARVC).
  2. Dilatatieve  cardiomyopathie (DCM).
  3. Hypertrofische CardioMyopathie (HCM)
  4. Juvenile Kidney Disease (JKD/JRD).
  5. Epilepsie
  6. Degeneratieve Myelopathie (DM)
  7. Heupdysplasie
  8. Spondylose.
  9. Osteochondrosis dissecans (OCD), in schouder, elleboog, kniegewricht en hakken.
  10. Gescheurde kruisbanden.
  11. Kanker en epuliden
  12. Gebit en de P1 bij de boxer.

 DNA

Wij zijn ons al geruime tijd aan het verdiepen in het DNA en welke testen mogelijk zijn voor de boxers. Toch is het wel een dingetje aangaande DNA testen. Ze zijn namelijk niet feilloos………..Hiernaast kennen de meeste erfelijke aandoeningen meerdere mutaties. Je kunt derhalve ook niet zeggen dat je hond volledig vrij is van een bepaalde aandoening. Daarnaast zijn sommige laboratioria’s niet zo goed als dat andere zijn en daar waar mensen werken kunnen fouten gemaakt worden.  

Voor het hart zijn er twee DNA testen beschikbaar namelijk

  • Aritmogene Rechter Ventrikel Cardiomyopathie (ARVC) wildtype/wildtype kan getest worden via STRN en
  • Dilatatieve  cardiomyopathie (DCM).

Verder heb je ook nog

  • Degeneratieve Myelopathie, neurologische aandoening van het ruggenmerg(DM) kan getest worden via SOD1.
  • Juvenile Kidney Disease/Juvenile renal disease (JKD/JRD) kan getest worden via PTGS2/COX-2. 
  • Polycystic Kidney Disease, PKD (PKD1)
  • Hemofilie A.

Outcross, inteelt, lijnteelt en inteeltcoëfficiënt

Soms zal er matig aan lijnteelt worden gedaan, het paren van dieren die genetisch materiaal delen, echter in de eerste vier generaties wens ik geen overeenkomstige ouderdieren aan te treffen. Dit zal in het algemeen dan ook opgevolgd worden door een inteeltcoëfficiënt van 0.00. Dit zijn kruisingen of beter gezegd paringen van dieren die in lichte mate familie van elkaar zijn. Als je een inteelcoëfficiënt van 0.00 hebt, dan houdt dat in dat je in vijf generaties geen overeenkomstige ouderdieren aantreft. 

Erfelijkheid

Erfelijkheid is geen vies woord, maar helaas wordt dat er soms wel van gemaakt. Zowel een mens als een dier bestaat voor 100% uit erfelijk materiaal welke hij/zij van de vader, 50%, en van de moeder, 50%, heeft meegekregen. Dit erfelijk materiaal bestaat uit goede maar ook uit mindere goede eigenschappen, genen en/of erfelijke ziekten/afwijkingen. Daar kunnen wij niet omheen, ook al zouden wij dat nog zo graag willen. Als fokker zijnde trachten wij hierop wel zo goed mogelijk te selecteren.

Buiten erfelijkheid zijn er nog meerdere factoren die een rol kunnen spelen bij bepaalde issues. Een aantal factoren die mee kunnen spelen zijn: Combinatie van de ouderdieren op zich (zij zijn geen goede onderlinge match, maar ieder afzonderlijk weer wel), voeding, omgevingsfactoren, interne factoren welke enkel in de hond aanwezig zijn, hormonale factoren, stress, inentingen, zon, koude etc……

Transparantie en communicatie hebben wij hoog in het vaandel staan. Mocht er onverhoopt iets zijn gelieve ons dan eerst te raadplegen.