Verenigingsfokreglement

Als je volgens de Raad van Beheer en de Nederlandse Boxerclub wenst te gaan fokken dan dien je aan een aantal voorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden worden hier besproken met een link naar bepaalde websites  of pagina’s.

Sinds 01 januari 2017 is bij de Nederlandse Boxervereniging het nieuwe Verenigingsfokreglement (V.F.R.) van toepassing. Onderstaand vind u de links naar het nieuwe en het oude V.F.R. Om direct doorgeleid te worden klik op de desbetreffende link.

Het oude V.F.R. is van toepassing op honden die geboren worden uit een teef gedekt op, of voor de dag waarop het nieuwe reglement in werking treedt.
Anders: V.F.R. (nieuw)

FGK / ZTP

Conform Verenigingsfokreglement (V.F.R.) artikel 5.3 dienen ouderdieren geboren na 01-01-2017 een fokgeschiktheidskeuring of ZTP examen als bedoeld in artikel 7.2 van het V.F.R. met goed gevolg te hebben afgelegd. De programma’s van beide testen kunt u bij onderstaande links terugvinden.

Programma Fokgeschiksheidskeuring (FGK)
Programma Zuchttauglichkeitsprüfungen (ZTP)

Afhankelijk van de leeftijd van je hond dien je een aantal onderzoeken te laten verrichten waaronder:

  1. Heupdysplasie onderzoek.
  2. Hartscreening onderzoek en
  3. Spondylose onderzoek.

Ad. 1. Heupdysplasie onderzoek

Waarom?

  • Op verzoek van een eigenaar omdat deze vermoedt dat zijn of haar dier last heeft van de heupen en waarbij de dierenarts inderdaad heeft vastgesteld dat heupdysplasie waarschijnlijk is.
  • Op verzoek van de fokker of rasvereniging. Bij bepaalde rassen is er een erfelijke aanleg voor de ontwikkeling van heupdysplasie. Bij deze rassen is het verstandig om vóór het fokken de ouderdieren te screenen op deze afwijking en de jonge dieren te controleren op het optreden van heupdysplasie.

Wat houdt het onderzoek in?

De identiteit van de hond wordt vastgesteld aan de hand van het chipnummer. Het maken van de röntgenfoto’s gebeurt over het algemeen zonder roesje, tenzij de hond erg weerbarstig is. De hond komt op zijn rug in een speciaal hiervoor gemaakte bak te liggen en wordt gepositioneerd, waarna de foto gemaakt kan worden. Sinds 1 mei 2002 wordt er nog maar in één positie een röntgenfoto genomen (HD1 positie). Hierna wordt de röntgenfoto direct ontwikkeld en eventueel direct overgemaakt indien de heup niet optimaal op de röntgenfoto afgebeeld staat. Ten slotte worden de benodigde formulieren ondertekend en opgestuurd naar de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Amsterdam voor de officiële beoordeling. Tegenwoordig is het mogelijk om de foto’s teruggestuurd te krijgen na de beoordeling. Wilt u gebruik maken, meldt u dat dan bij het maken van de foto’s.

Is een onderzoek verplicht?

Bij een aantal rassen, waaronder de boxer, is het verplicht om de dieren te onderzoeken op heupdysplasie voordat er mee gefokt mag worden. Voor de boxers geldt dat ze ouder dan 12 maanden moeten zijn voordat het officiële heupdysplasie onderzoek uitgevoerd mag worden. Voor de boxers waarmee gefokt wordt, geldt dat de uitslag van het HD onderzoek A, B, of C moet zijn.

  1. HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie.
  2. HD B, ook wel overgangsnorm genoemd, betekent dat er op de foto in zeer geringe mate veranderingen zijn geconstateerd, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen betekenis kan worden toegekend.
  3. HD C betekent dat er in lichte mate veranderingen zijn geconstateerd aan het heupgewricht van de hond.
  4. HD D betekent dat er bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden. Wanneer de heupgewrichten in ernstige mate zijn misvormd, dan wordt dat aangegeven met HD E in optima forma. Het zal duidelijk zijn dat, voor wat betreft HD D en HD E, het wordt afgeraden met deze dieren te fokken. Officiële erkenning

Het heupdysplasie onderzoek zoals uitgevoerd bij de specialistische klinieken wordt door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en de F.C.I. officieel erkend. De resultaten van de beoordeling door de Raad van Beheer worden vastgelegd in een officieel onderzoeksrapport “Heupdysplasie”.

HD op de röntgenfoto

Een röntgenfoto wordt gemaakt met behulp van röntgenstralen die gedeeltelijk worden tegengehouden door lichaamsstrukturen en dan vallen op een fotografische plaat. Deze fotografische plaat laat na ontwikkelen de lichaamsstructuren als een soort schaduwbeeld zien. De meeste stralen worden tegengehouden door mineralen (dus door gemineraliseerd botweefsel en in mindere mate door mineralen in de ontlasting of bijvoorbeeld blaas- of nierstenen). De minste stralen worden tegengehouden door vet en kraakbeen (dat tenslotte geen mineraal bevat). Heupfoto’s van de jonge pup laten dus nog weinig zien van de heupgewrichten omdat nog veel van kop en kom bestaat uit kraakbeen: het lijkt soms alsof de kop ver buiten de heupkom ligt, maar dat is dus schijn. Tevens zijn de groeischijven, waaruit de groei moet plaats vinden goed te zien als zwarte lijntjes (onverkalkt weefsel, zie foto links). Als de hond wat ouder wordt, tekenen zich de contouren op de röntgenfoto beter af; het kan hierbij opvallen dat de kop te ver buiten de kom is geplaatst. Als we het midden aangeven van de heupkop, behoort dit centrum normaalgesproken te vallen binnen of onder de aftekening van de heupkom. Is de aansluiting van de heup niet goed, dan kan het midden van de kop zich net of zelfs ver buiten de aftekening van de dak van de kom bevinden.

Röntgentechniek

Het zal duidelijk zijn uit bovenstaande dat een röntgenfoto van een jonge pup weinig informatie geeft over de exacte aansluiting van de kop in de kom. Wel kan het informatie geven over grove afwijkingen, botbreuken en ontwrichtingen. Pas als al het kraakbeen dat zal verbenen ook daadwerkelijk verbeend is, zal bepaald kunnen worden of het grootste deel van de kop binnen de kom ligt. Het is hierbij van groot belang dat de röntgenfoto’s correct genomen worden.

 

1) Ligt de hond iets scheef op de röntgentafel, dan is het schaduwbeeld van de meest bij de tafel liggende kom meer ovaal- dan cirkelvormig en tekent zich ondieper af. Daarnaast wordt de heupkop als het ware uit de kom geprojecteerd. De waardering van de heup zou daardoor slechter kunnen zijn dan de hond verdient (zie rechter foto).

2) Liggen de dijbenen niet goed gestrekt naar achteren, maar iets naar buiten gedraaid zodat de knieschijf niet midden op het dijbeen geprojecteerd is, dan lijkt de kop te weinig binnen de kom te liggen (zie foto rechts). Hierdoor zou de hond ten onrechte verdacht worden van een slechte aansluiting , onvoldoende diepe kommen (middelpunt/ centrum van heupkop ligt buiten de heupkom geprojecteerd) en een slechte Norbergwaarde scoren. De correcte positionering (rechter foto) toont het verschil aan.

3) Worden de poten weinig gestrekt dan kan het kapsel wat ontspannen zijn, waardoor de koppen makkelijker buiten de kommen gedrukt worden.

4) Als de hond weinig spierspanning heeft, dan kunnen de koppen wat meer buiten de kommen komen te liggen dan bij opnamen waarbij en een normale spierspanning is. Dit geldt overigens met name als de röntgenfoto’s onder algehele narcose worden gemaakt en niet voor de veelal gebruikte sedatie (roesje).

Ad.2. Hartscreening bij de Boxer

 Hieronder worden de meest belangrijke hartaandoeningen van de Boxer besproken, waarvoor een screening geadviseerd kan worden.  

Aortastenose en pulmonaalstenose

Wat is dit en wat zijn de symptomen? Aaortastenose (vernauwing van de lichaamsslagader) en pulmonaalstenose (vernauwing van de longslagader) zijn aangeboren hartafwijkingen. In één hond kan allebei of alleen één ervan aanwezig zijn. Beide aandoeningen kunnen gering, matig of ernstig zijn. Honden met een geringe aandoening krijgen nooit klachten en kunnen oud worden, maar het is af te raden om met ze te fokken, want ze kunnen de ziekte mogelijk overbrengen. Honden met een ernstige aandoening kunnen flauwtes krijgen of plotseling dood neervallen. Dit kan in elke leeftijd gebeuren, gemiddeld rond de 1,5 jaar. Sommige honden met een ernstige stenose kunnen – meer als uitzondering dan regel – oud worden zonder symptomen.

Hoe, wanneer en door wie wordt de diagnose gesteld? Elke hond met deze afwijkingen heeft een hartruis. Dus als een hond geen hartruis heeft, heeft hij geen aorta- of pulmonaalstenose. Hoe luider de hartruis hoe erger de vernauwing is. Als een hond een hartruis heeft, kan dat door veel verschillende hartziektes ontstaan, maar het kan ook een onschuldige hartruis zijn bij een onschuldige hartruis is het hart helemaal gezond. Als een pup een luide hartruis heeft, weten we zeker dat het niet om een onschuldige hartruis gaat. Een onschuldige hartruis is namelijk altijd zacht. Maar een geringe vernauwing veroorzaakt ook een zachte ruis. De enige manier om zekerheid over te krijgen of een hond met een zachte hartruis een onschuldige ruis of een stenose heeft is een consult bij een Europees erkende cardioloog specialist. De lijst van Europees erkende cardioloog specialisten (zgn. Diplomates) is te vinden op www.ecvim-ca.org onder Diplomate List. Als een dierenarts niet op deze lijst staat, is hij/zij geen cardioloog specialist.

Op een consult wordt door de cardioloog specialist naar het hart geluisterd en een doppler echo onderzoek uitgevoerd, waarbij de bloedstroomsnelheid in de lichaamsslagader en longslagader wordt gemeten. Deze snelheid is normaliter (bij een hond zonder hartruis) minder dan 2,0 m/s.

Omdat aortastenose gedurende de groei van de hond erger kan worden, wordt de screening na 1 jaar leeftijd uitgevoerd. Dit is dus een eenmalige screening en het resultaat is levenslang geldig. Voor de echo moet de cardioloog 2-3 kleine plekjes scheren. Het onderzoek gebeurt in zijligging met de eigenaar erbij.

De overerving van aortastenose en pulmonaalstenose is onbekend. Er is op dit moment geen genetische test beschikbaar om dragers of aangetaste honden te vinden. Hopelijk kunnen onze genetici met uw hulp eentje ontwikkelen.

Aritmogene rechter ventrikel cardiomyopathie (ARVC, oftewel Boxer cardiomyopathie), tegenwoordig aritmogene cardiomyopathie

Wat is dit en wat zijn de symptomen? ARVC is een hartspierziekte, waardoor honden hartritmestoornissen kunnen krijgen, die bij sommigen tot flauwtes en/of tot plotseling sterfte kan leiden. ARVC veroorzaakt geen hartruis.

Hoe, wanneer en door wie wordt de diagnose gesteld? Er is een genetische test beschikbaar en wordt in Nederland door één diergeneeskundige laboratorium, (arvc test) aangeboden. (klik op de desbetreffende link om doorgeleid te worden) De test kan in elke leeftijd uitgevoerd worden (ook bij jonge pups) vanuit een bloedmonster. Dit is een eenmalige test en de geldigheid van de uitslag is levenslang. Het bloedmonster kan door uw eigen dierenarts afgenomen worden en opgestuurd worden. Om erachter te komen hoe vaak deze aandoening in Nederland voorkomt zou het verstandig zijn om alle uitslagen centraal te registreren. Daarom is aan jullie de vraag om op de testaanvraag de email adres van dr. Szatmári op te laten zetten. Als na een paar jaar screening blijkt dat de ziekte in Nederland erg zeldzaam is, of helemaal niet voorkomt, kan met de screening op deze aandoening wellicht gestopt worden.

Dilaterende cardiomyopathie (DCM)

Wat is dit en wat zijn de symptomen? Dit is een genetische, maar geen aangeboren hartaandoening; alleen de aanleg is aangeboren. DCM – net zo als ARVC – is een hartspierziekte. De pompfunctie van de kamers is niet meer voldoende en honden kunnen uiteindelijk hartfalen krijgen met vochtophoping in de buik en/of in de longen. Vochtophoping in de longen veroorzaakt hoesten en/of kortademigheid en kan zo ernstig zijn dat de hond ervan stikt. Sommige honden krijgen alleen (of naast de hartfalen ook) hartritmestoornissen, die flauwtes of plotseling sterfte kunnen veroorzaken, net zo als bij de ARVC. Volwassene honden van elke leeftijd kunnen DCM krijgen.

Hoe, wanneer en door wie wordt de diagnose gesteld? Het stellen van de diagnose is moeilijk want er is geen genetische (bloed) test beschikbaar, en de aandoening veroorzaakt geen hartruis. Het doel van de screening is de ziekte zo vroeg mogelijk te herkennen, het liefst als de hond nog geen klachten heeft. De klachtenvrije periode kan jaren lang duren. Tijdens deze periode hebben we aanvullende onderzoeken nodig om DCM op te kunnen sporen. Dit zijn: Holter ECG, hartecho en eventueel bloedonderzoek.

Omdat hartritmestoornissen niet continue aanwezig zijn (net zoals bij ARVC) kunnen die alleen maar met een zgn. Holter ECG gevonden worden. Een Holter ECG is een kastje, dat in een jasje op de rug van de hond wordt geplaatst en dit neemt gedurende 24 uur het hartritme op. Na 1 dag wordt het kastje afgehaald en vervolgens uitgelezen. De uitslag wordt na ongeveer 1 week bekend. Holter ECG zou levenslang, jaarlijks herhaald moeten worden. Dus als de uitslag bij een hond elk jaar goed is geweest, maar b.v. op 8 jaar leeftijd ineens niet meer, heeft die hond toch DCM. En als hij/zij al een aantal nesten heeft gehad, zijn de genen die de ziekte overdragen al doorgegeven aan de volgende generatie. Daarom is het belangrijk om met de screening tot het overlijden van de hond door te blijven gaan en niet stoppen als de hond niet meer voor de fok wordt gebruikt. Het zou ook verstandig zijn om aan elke hond die plotseling overlijdt sectie laten verrichten om de doodsoorzaak achter te halen. Deze informatie zou ook het liefst centraal verzameld moeten worden.

Omdat niet elke hond met een DCM hartritmestoornis krijgt zou ook jaarlijks een hartecho gemaakt moeten worden om de pompfunctie van het hart te beoordelen. Dit zou ook jaarlijks moeten plaatsvinden, net zo als het Holter ECG. Om de kosten te reduceren zou in plaats van de echo een bloedtest uitgevoerd kunnen worden. Bij de bloedtest wordt een stofje, de zogenaamde NTproBNP, bepaald. Het bloedmonster kan door uw eigen dierenarts afgenomen worden en naar het Universitair Veterinair Diagnostisch Laboratorium (UVDL) gestuurd worden. Hier is het ook belangrijk dat de gegevens centraal worden verzameld, dus laat het mail adres van dr. Szatmári op de aanvraag zetten zodat hij een kopie van de uitslag krijgt. Als de waarde laag is, dan is het goed, als het verhoogd is, dan is het afwijkend. Een hoge NTproBNP zegt niet dat die hond DCM heeft; het zegt alleen maar dat het hart zich niet ‘lekker voelt’. Om te kijken wat de reden voor een verhoogde NTproBNP is een hartecho bij een Europees erkende cardioloog specialist nog nodig. Maar dit is dan maar een éénmalige, en geen jaarlijkse echo.

CC (Collegium Cardiologicum)

Het CC (Collegium Cardiologicum) is een gezelschap cardiologen dat een inmiddels erkende standaard voor hartonderzoek resp. hartonderzoekers ontwikkelde. Het CC entameert ook wetenschappelijk onderzoek naar diverse erfelijke hartaandoeningen en onderhoudt voor dit doel een centrale database waarin alle testresultaten worden opgenomen.

Het CC-doppleronderzoek is een door het CC ontwikkeld en gestandaardiseerd hartonderzoek, waarbij gebruik wordt gemaakt van voorgeschreven echo-apparatuur. Dit onderzoek mag slechts worden uitgevoerd door artsen die zijn opgeleid door en zijn aangesloten bij het CC.  De gemeten waarden en relevante waarnemingen worden op door de CC voorgeschreven wijze weergegeven op een gestandaardiseerd document.

De radiologen in Nederland voeren ook al jaren het doppleronderzoek uit. Er is regelmatig overleg geweest met deze radiologen, hoe hun werkwijze is, en wat zij zouden kunnen betekenen voor het opzetten van doppleronderzoek bij boxers in Nederland. Het voordeel van deze groep radiologen is dat zij met meerdere mensen werken op verschillende klinieken in Nederland. Het nadeel is dat zij niet dezelfde opleiding hebben genoten als de CC-artsen. Zij bezitten niet die specialistische kennis van allerlei ziekten en afwijkingen van het hart, en zijn niet opgeleid tot het goed afluisteren van een hart. Hen is gevraagd of zij bereid waren om de CC-opleiding te volgen, en hun antwoord was negatief. Dit is te begrijpen, omdat zij al jaren in hun praktijk deze dopplertesten op de hen aangeleerde manier uitvoeren. En daar zit hem nu juist het verschil.

Een aantal boxers in Nederland zijn door zowel CC-artsen als radiologen getest. Aan de fokkers werd gevraagd de kopieën van uitslagen van dopplertesten op te sturen. Dit waren zowel uitslagen van radiologen alsook CC-artsen. Zij waren als volgt verdeeld:

  • 41 testen van radiologen met als uitslag: 41 x Hart 0
  • 45 testen van CC-artsen met als uitslag: 26 x Hart 0
  • 15 x Hart 1
  • 3 x Hart 2
  • 1 x Hart 4

Wanneer we kijken naar de gemeten waarden van stroomsnelheid van het bloed, (die een indicatie vormen voor een vernauwing van de aorta of de longslagader) , zit er opmerkelijk veel verschil in.model_hart_schematisch_editBij CC-artsen beginnen de gemeten waarden voor de aortastenose bij 1,5 en hoger. Bij radiologen beginnen de gemeten waarden voor aortastenose bij 0,59 en hoger. Op de vraag gesteld aan dhr. Kresken en dhr. Wendt of zij wilden reageren op de verschillen in de gemeten waarden tussen radiologen en CC-artsen. Hun antwoord was kort en duidelijk:

Dhr. Kresken schreef: The values are too low! There is no healty boxer in the world with a velocity under 1 m/sec.

Dhr. Wendt schreef het volgende: My opinion to this matter is that a radiologist is not a cardiologist. The same for human doctors: if you need a doctor for an eyeproblem you won’t visit a gynaecologist.

There is no dog on the planet with a healty hart that will have an aortic Vmax of 0,8 m/sec. You will have a value like that on almost dead animals!!! If you measure subcostal ( this is a must for a boxer examination). So if your breeder colleagues pay for an examination they should get a proper test for their money. If they all look only for individual good results and they want a pro forma test they can also leave it!!! If this is good for the bread is another question.

Om het nog één keer duidelijk uit te leggen, wordt hieronder weergegeven wat de CC-meetwaarden voor een aortastenose zijn:

  • waarde tot 2.0: gradatie Hart 0
  • waarde van 2.0 tot 2.2: gradatie Hart 1
  • waarde van 2.25 tot 3.50: gradatie Hart 2
  • waarde van 3.50 tot 4.50: gradatie Hart 3
  • waarde boven 4.50: gradatie Hart 4

De gemeten waarden van radiologen komen op een andere manier tot stand als de gemeten waarden van CC-artsen. Radiologen meten uitslagen die beginnen  bij 0,6 tot en met 1,99.  Zij zijn dus niet met elkaar te vergelijken. Het is ook niet juist om ze met elkaar te vergelijken. CC-artsen geven zelf aan dat zij eigenlijk nooit waarden meten die onder de 1,2 vallen. De radiologen meten dus beduidend lagere waarden dan de CC-artsen. Maar de radiologen geven met hun manier van meten wel een relatie aan met de CC-gradatie, terwijl ze beduidend anders meten. Daardoor vallen in de hierboven genoemde 41 uitslagen van radiologen de gradaties allemaal in de Hart 0. De verschillende gradaties worden dus enkel door de CC-artsen gemeten, ( van 0 tot en met 4) . Wanneer CC-artsen de 41 honden van de radiologen hadden getest, zou het dus zeer wel mogelijk zijn dat daar hele andere uitslagen en dus gradaties van Hart 0 tot en met Hart 4 uitgekomen zouden kunnen zijn.

Het bestuur van de NBC heeft gekozen voor de CC-methode. Deze methode garandeert een uniformiteit, deskundigheid in diagnose en een vergelijkbaarheid tussen de uitslagen van gemeten waarden. Het bestuur vindt het daarom onacceptabel om de uitslagen van radiologen te vergelijken met CC-artsen, omdat zij vanuit een geheel andere meting tot stand zijn gekomen. In de volksmond zou je zeggen: “je moet appels niet met peren vergelijken”.

Afspraak maken voor een hartscreening?

Voor het maken van een afspraak voor een hartonderzoek door een CC. herkent dierenarts/cardioloog verwijs ik naar de volgende link. klik op de link om direct doorgeleid te worden:

 Tierklinik-kaiserberg.

Ad. 3. Spondylose

Wat is spondylose?

De wervelkolom van een hond bestaat uit harde wervels die kunnen bewegen ten opzichte van elkaar door de gewrichten en tussenwervelschijven. Deze tussenwervelschijven vormen de verbinding tussen twee harde wervels en bestaan uit een buitenste ring van kraakbeen (de annulus fibrosus) met daarin een zachte kern (de nucleus pulposus). Deze tussenwervelschijven werken als stootkussen en voorkomen dat de wervels hard tegen elkaar aan botsen en zo slijten. Wanneer de stootkussens, die in ieder gewricht zitten, beschadigd raken en er botwoekeringen ontstaan, spreken we van artrose. Wanneer het specifiek de stootkussens tussen de wervels betreft en er botwoekeringen tussen de ruggenwervels ontstaan, dan spreken we van spondylose.

Hoe ontstaat spondylose?

Wanneer de tussenwervels slijtage gaan vertonen en minder soepel en flexibel worden, probeert het lichaam dit te compenseren door nieuw botweefsel aan te maken. Dit weefsel wordt echter nooit zo als het oude weefsel, en gaat woekeren rond het gewricht. Bij spondylose vormen deze botwoekeringen als het ware ‘bruggetjes’ tussen de wervels in de rug of de nek; ze zorgen ervoor dat de gewrichten met elkaar vergroeien. Door deze starre bruggen verliest de rug zijn elasticiteit en flexibiliteit: bewegen wordt lastig. Des te meer bruggen er ontstaan, des te stijver een dier is. De botuitsteeksels die ontstaan, kunnen bovendien zorgen voor druk op omliggende weefsels, zoals het ruggenmerg. Dit kan leiden tot erge pijn en heel soms tot verlamming.

De oorzaken van spondylose:

Spondylose is een aandoening die voornamelijk bij honden op leeftijd voorkomt. Bij sommige rassen komt spondylose echter ook voor op jonge leeftijd. Grote rassen ontwikkelen relatief vaker spondylose dan kleine rassen. Ook beweging kan van invloed zijn op het ontstaan van spondylose. Denk aan pups die op jonge leeftijd teveel (moeten) bewegen of sporthonden die van geen ophouden weten en teveel van hun lichaam vragen. Een goede, gedoseerde beweging is van groot belang bij het voorkomen van spondylose.

Symptomen van spondylose:

De rug en/of nek wordt stijf en pijnlijk. Dit resulteert vaak in een stijve, stramme of zwabberende gang. Vaak wordt hierdoor de bespiering in de achterhand minder (‘ingevallen billen’). Ook liggen, opstaan en ‘opstarten’ gaat moeilijk, als de hond eenmaal op gang is versoepelt de beweging vaak weer iets. Honden met spondylose willen en kunnen vaak geen bewegingen maken waarbij ze hun rug belasten, zoals traplopen of in en uit de auto springen. Ook kunnen ze last krijgen van problemen met de ontlasting en urineren (incontinentie).

De diagnose van spondylose:

Spondylose kan worden vastgesteld door röntgenologisch onderzoek, hierop zijn de bruggen en haken in de wervelkolom vaak duidelijk te zien.

De behandeling van spondylose:

De botwoekeringen die ontstaan door spondylose gaan niet meer weg, ze zijn ook niet operatief te verwijderen. Het is van belang om nieuwe artrosevorming zo veel mogelijk tegen te gaan, de rug soepel te houden en de bespiering in de achterhand te optimaliseren waardoor het ongemak voor de hond zo min mogelijk is.

In het geval van het SPONDYLOSEONDERZOEK het volgende:

U kunt uw boxer bij u eigen dierenarts laten rontgen. Deze foto moet gemaakt worden vanaf de thorax tot het heiligbeen. Deze foto vraagt u op een CD, deze kunt u sturen naar onderstaand adres:

Frau Dr. Silke Viefhues
Bunsenstr. 20 in 59229 Ahlen
DUITSLAND
Tel: 02382-7667024, Fax: -76670100
E-Mail: HD-Zentrale©web,de

Het benodigde formulier vind U hier. Na betaling van de factuur die u ontvangt van de BoxerKlub München ontvangt u het certificaat met de uitslag.

Andere mogelijkheid is voor zowel de foto als de uitslag naar:
DR N. Dijkshoorn
Utrechtseweg 50,
3704HE Zeist
+31 (0)30 – 695 42 64
http://www.dijkshoorn.com

(Dr. N. Dijkshoorn heeft zijn eigen formulieren)
De heer Dijkshoorn beschikt ook over een inlog op www.myvetsxl.com om de gemaakte röntgenfoto te uploaden voor beoordeling door de BK München indien u dit wenst (niet verplicht). U dient dan wel ook als extra het spondyloseformulier van de BK München compleet in te vullen en te laten ondertekenen door de dierenarts en dit op te sturen naar:

Frau Dr. Silke Viefhues
Bunsenstr. 20 in 59229 Ahlen
DUITSLAND
Tel: 02382-7667024, Fax: -76670100
E-Mail: HD-Zentrale©web,de

Het benodigde formulier vind U hier. Na betaling van de factuur die u ontvangt van de BoxerKlub München ontvangt u het certificaat met de uitslag.

Bron: Bovenstaande tekst is afkomstig van de Nederlandse Boxer Club en met toestemming geplaatst.  

Copyright ©  Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: La Torre Dell’Aquila.