Er wordt veel gezegd en geschreven over inteelt, lijnteelt, outcross en inteeltcoëfficiënt, maar wat houdt dit nu precies in?? Een beetje theoretische kennis hierin kan nooit geen kwaad. Het gaat mij echter te ver om hierin alles tot in detail uit te werken.  

Voor mijzelf kan ik stellen dat ik voldoende kennis heb in de biologie (mijn favoriete vak), genetica en nature-nurture materie, mede door mijn opleiding in de verpleging en de psychologie.

nature-nurture heeft te maken met aanleg in combinatie met de opvoeding en het milieu waar het individu, in deze de boxer, opgroeit.   

  • Nature: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door aanleg, bijvoorbeeld het genetisch materiaal.
  • Nurture: alle eigenschappen van het individu zijn bepaald door opvoeding, voornamelijk door de leefomgeving.

Eigenschappen

Eigenschappen worden van de ouderdieren doorgegeven aan de pups. Hiervoor verantwoordelijk is het erfelijke materiaal wat we vinden in de cellen waaruit het lichaam van de boxer is opgebouwd. In die cel bevindt zich de celkern met daarin de chromosomen waarop we de genen ofwel dragers van de eigenschappen vinden.

Inteelt

Wat is de definitie van inteelt: Inteelt is een paring van twee honden die nauwer met elkaar verwant zijn dan de gemiddelde dieren binnen het ras. De verwantschap tussen beide ouderdieren is hierbij groter dan de gemiddeld vastgesteld inteeltcoëfficiënt van de totale populatie. Inteelt leidt tot homozygositie, hetgeen de kans vergroot dat het nageslacht nadelige effecten ondervindt van recessieve allelen. Onder inteeltparingen wordt verstaan, paringen tussen:

  • Vader/dochter.
  • Moeder/zoon.
  • Halfbroer/halfzus.
  • Grootvader/kleindochter.

Deze paringen vallen onder het begrip inteelt. Men kan ervan uit gaan dat bij honden die binnen vier generaties geen gemeenschappelijke voorouder hebben er geen sprake is van inteelt. Paringen met minder verwante dieren worden gezien als lijnteelt. Hoewel bepaalde resultaten sneller zullen worden verkregen met inteelt en een bepaald doel eerder zal worden bereikt, kan inteelt ook gevaarlijker zijn. Niet alleen de goede, maar ook de ongewenste eigenschappen zullen intensiever naar buiten treden. Ook geldt dat bij een succesvolle inteelt de lijnteelt minder succesvol kan zijn. Hoe nauwer de verwantschap van de honden, des te hoger is de graad van inteelt en des te groter het risico dat de fokker neemt. De meeste ongewenste genen zijn recessief en blijven over het algemeen verborgen. Bij inteelt wordt de kans dat deze genen aan de oppervlakte komen aanzienlijk vergroot, met alle gevolgen van dien. Dit geldt voor de goede en voor de ongewenste eigenschappen. Komen de goede eigenschappen sterk naar voren, dan is er niets aan de hand en is de inteelt succesvol. Maar wat als het ziekten of erfelijke aandoeningen betreft?? Een gebitsfout of cryptorchide valt nog enigszins mee en behoort zelfs niet eens tot de meest ernstige erfelijke aandoeningen. Met een cryptorchide reu mag trouwens niet gedekt worden. Deze moeten verder uitgesloten worden van verdere fok. Maar toch wordt dat niet gedaan?? Hiernaast is cryptochide een erfelijke aandoening. Maar bedenk ook dat ziektes zoals hartafwijkingen, epilepsie of andere akelige erfelijke aandoeningen of eigenschappen maken dat het voltallige nest een kort leven is beschoren. Inteelt maakt dat de dieren meer homozygoot dan heterozygoot worden, maar het veroorzaakt eveneens dat bepaalde eigenschappen eronder kunnen lijden. Eigenschappen zoals levensvatbaarheid en voortplanting zijn hiervan een voorbeeld. Inteelt vergroot de kans op minder grote nesten, dus een mindere vruchtbaarheid. Ook het sterftecijfer onder de pups is hoger. Hetzelfde geldt voor een algemene afname van weerstand tegen ziekten. Een afname van lichaamsgrootte en ook verandering van gedrag kan plaatsvinden. Eigenschappen die het ras qua bouw en type bevorderen, kunnen door inteelt worden vastgelegd en dus het ras ten goede komen; echter onder de voorwaarde da men inteelt op voorouders die in deze opzichten uitmuntend waren, van wie bekend is dat ze geen kwalijke eigenschappen doorgaven en uitmuntend en nakomelingen hebben gegeven.  

Lijnteelt

Lijnteelt is het combineren van ouderdieren die weliswaar met elkaar verwant zijn maar niet in de eerste graad zoals bij inteelt. Bij lijnteelt zie je verwantschap in de derde of vierde graad. De risico’s bij lijnteelt zijn minder groot dan bij inteelt, maar ook hier kunnen recessieve problemen zich op elk niveau voordoen. Lijnteelt moet slechts worden toegepast met zeer goed verervende gezonde dieren met  goede voorouders zonder erfelijke aandoeningen. Men moet er voor waken dat het geen lijnteelt wordt, waarbij zoveel honden tegelijk betrokken zijn dat uiteindelijk de doelstelling tegenstrijdig wordt en men door de bomen het bos niet meer kan onderscheiden. Door gelijke types met elkaar te paren zullen de nakomelingen bij lijnteelt steeds meer op elkaar gaan lijken. Door een goede kennis van de afstamming, de eigenschappen, de erfelijke aandoeningen van de voorouders en het juist en op een gezonde manier toepassen van lijnteelt kan dit succesvol uitpakken. Het is van belang een programma van lijnteelt door te zetten totdat succes wordt geboekt of totdat zich duidelijke problemen voordoen. Ligt het doorzetten van lijnteelt niet in de planning dan is deze manier van fokken nutteloos en is het niet de moeite waard om de risico’s aan te gaan. Ook hier geldt dat kennis van het ras, de eigenschappen van het ras, de erfelijke overdraagbare aandoeningen bij de individuele betrokken honden onmisbaar zijn. Het is daarom van belang om de juiste en meest geschikte ouderdieren hiervoor in te zetten.

Outcross

Outcross is het combineren van ouderdieren die niet of nauwelijks met elkaar verwant zijn of van  twee verschillende rassen die met elkaar paren. Indien dit voor de instandhouding van het ras in Nederland nodig is, bestaat de mogelijkheid om te komen tot outcross of variëteitskruising om de genenpool van het ras te verbreden. De betreffende rasvereniging kan hiervoor een plan van aanpak indienen. Als er meerder rasverenigingen zijn voor het betreffende ras moet dit plan van aanpak gezamenlijk door de rasverenigingen ingediend worden Informatie en de bijbehorende artikelen tref je aan op de site van de raad van beheer.

Inteeltcoëfficiënt

 

 

 

 

Een cel

In de biologie is de cel het kleinste onderdeel van een organisme, in deze de boxer, dat alle genetische informatie van dat organisme bevat.

Een gen

Een gen is in de biologie een discrete eenheid van erfelijk materiaal, waarmee ouderdieren hun erfelijke eigenschappen doorgeven aan hun nageslacht. Genen zijn onderdeel van chromosomen en bestaan uit stukken DNA. Alle genen samen bepalen het functioneren van de cellen waaruit ieder individu is opgebouwd.

Allel

Een allel is een bepaalde variant van een gen. Een gen codeert een bepaalde erfelijke eigenschap, waarbij verschillende versies van een gen min of meer verschillende gevolgen kunnen hebben voor die eigenschap van een organisme. In deze is het organisme een boxer. Elke uitvoering van een gen wordt een allel (meervoud allelen) of Mendeliaanse erffactor genoemd.

Als een organisme voor een bepaald gen twee gelijke allelen heeft, dan noemt men dit een homozygoot organisme. Als het twee verschillende allelen heeft, noemt men het organisme heterozygoot.

Chromosoom

Een chromosoom   is een drager van een deel van het erfelijk materiaal (DNA) van een organisme, in deze de boxer. Het is een met kleurstoffen goed zichtbaar te maken eiwitstructuur in de celkern

Homozygoot 

Homozygoot houdt in dat voor een bepaalde eigenschap twee identieke kopieën van een gen in een chromosomenpaar bevindt. Dit kan tot stand komen als beide ouders hetzelfde allel voor een gen doorgeven aan hun nakomeling.

Heterozygoot

Een organisme is heterozygoot voor een bepaalde eigenschap, als het twee verschillende vormen (allelen) van een gen heeft. Dit betekent dat het voor een bepaalde eigenschap die zich op een bepaalde plaats (locus) op de chromosomen bevindt, twee verschillende kopieën heeft.

Genen doorgeven

Van ieder gen erf je een versie van je vader en van je moeder. Welke versie je ouders doorgeven, ligt er ook weer aan welke versie zij van hun vader en moeder hebben doorgekregen. En welke eigenschappen jouw boxer krijgt, ligt  ook aan welke versie van het gen overheerst.

Wat is DNA?

In een lichaam van een boxer bevinden zich miljarden cellen. In iedere cel zitten moleculen. Een molecuul zit in de kern van een cel. In de kern van de cel zit weer het DNA. DNA is een molecuul en niet met het blote oog te bekijken. DNA is een afkorting van deoxyribonucleid acid. In het Nederlands deoxyribonuvleinezuur. In het DNA zit al het erfelijk materiaal opgeslagen.

Johann Friedrich Miescher ontdekte het DNA. Hij vond deze in de witte bloedcellen. De wetenschappers Watson en Crick ontdekten dat een DNA molecuul eruit ziet als een dubbele helix. Dit lijkt op de vorm van een wenteltrap. De treden van de trap vormen de vier basen A(denine), T(hymine), C(ytocine) en G(uanine). Een A is altijd gekoppeld aan een T en een C aan een G. De leuningen zijn een suiker (desoxyribose) en een fosfaatgroep. Deze treden vormen een code. De code is door de letters af te lezen. Dit is afgesproken. Afhankelijk van in welke volgorde de basen worden aangetroffen in de helix (wenteltrap) zal dit een DNA-code vormen. De vier basen worden dus achter elkaar aangetroffen.  

Wanneer er dan binnen het DNA 3 juist opeenvolgende basen worden gevormd, ontstaat er aminozuur. Een reeks aminozuren vormt een eiwit. Deze bepaalde code om een eiwit te kunnen maken, wordt een gen genoemd. Deze genen bevinden zich in een chromosoom. Een chromosoom bevat  DNA. Het DNA bepaald  hoe de eiwitten eruit komen te zien. Dit bepaalt weer hoe de boxer eruit komt te zien, bijvoorbeeld de kleur van de ogen of de vacht. In iedere celkern bevinden zich 78 chromosomen. Daarvan krijgt de pup  39 van zijn moeder en 39 van zijn vader. Al het DNA in het lichaam wordt ‘genoom’ genoemd. DNA is dus eigenlijk een persoonlijke code. Deze persoonlijke codes maken een hond uniek.  

Recessieve, dominant, onvolledig dominant.

Een Recessief allel is een allel dat niet tot uiting komt als er een dominante allel aanwezig is en overheerst. Een dominant allel is het allel dat tot uiting komt en het sterkst is en onvolledig dominant houdt in als het recessieve allel wél lichtelijk terugkomt ondanks dat er een dominant allel aanwezig is en in het algemeen alles overheerst.

Wolven

Ook in het wild komt inteelt voor wanneer populaties van dieren erg klein zijn geworden. Als een populatie niet regelmatig wordt voorzien van ‘nieuw’ bloed, is ze gedoemd uit te sterven. Zo wordt van de Zweedse populatie van de wolf gezegd dat deze te klein is en dat dit met de inbreng van twee reuen per generatie van een andere populatie te verhelpen is. Een consequentie is dat het herintroduceren van dieren op zich niet volstaat; essentieel is dat er een populatie moet ontstaan die groot genoeg is voor het in stand houden van genetische diversiteit. Grote populaties kunnen ontstaan door onderling contact van kleinere populaties. De noodzaak voor genetische diversiteit onderstreept het belang van ecologische verbindingszones en de ontwikkeling van een “ecologische hoofdstructuur”. In Vlaanderen gebeurt dit met het Vlaams Ecologisch Netwerk, in Nederland met het Natuurnetwerk Nederland.

Regels om inteelt en verwantschap te beperken

Sterke inteelt onder honden is slecht voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. Daarom zijn er regels opgesteld om inteelt onder stamboomhonden te beperken. Deze regels staan in het Kynologisch Reglement en alle fokkers van stamboomhonden moeten zich daar aan houden. In het reglement lees je bijvoorbeeld dat een teef niet gedekt mag worden door haar grootvader, haar vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon. Doet een fokker dat wel, dan geeft de Raad van Beheer geen stambomen af voor de pups die uit die combinatie voortkomen.

Ook sommige rasverenigingen stellen nog aanvullende regels op om inteelt en verwantschap binnen hun ras verder te beperken. Dit kunnen regels zijn waarin een reu bijvoorbeeld maar een maximaal aantal keren mag dekken binnen een bepaalde periode. Maar dit kunnen ook aanvullende regels zijn voor het verbieden van fokken met nauwe familierelaties. Het fokken met dit soort nauwe familierelaties leidt tot inteelt, waarmee de kans op erfelijke gebreken groter kan zijn. En dat is nou juist wat een verantwoorde fokker wil voorkomen.

 

Copyright ©  Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: www.latorredellaquila.com