In dit door mij opgemaakte verslag zijn punten weergegeven die aangegeven zijn door de spreker, door mij, maar ook door de aanwezigen in de zaal. Mijn noot is tevens als extra vermelding.

Mijn noot: Het is zeker niet de bedoeling om de lezer te onderwijzen, dat is gegeven aan scholen en opleidingen. Je doet hiermee wat jezelf wilt en belangrijk acht. Niemand legt jou hierin iets op. Mocht je een andere mening toegedaan zijn dan hetgeen hier in het verslag vermeld staat, dan is dat voor mij ook prima. Het kan ook zo zijn dat je hier net datgene uithaalt wat jij belangrijk acht. 

Woofexperience

De lezing werd georganiseerd door WoofExperience te Utrecht. Een locatie dat makkelijk te bereiken is. Ook de lunch was goed verzorgd en koffie en thee stonden ter beschikking

Marjoleine Roosendaal

Wie is Marjoleine

Marjoleine is sinds 2002 werkzaam als wetenschapsjournalist en is gespecialiseerd in fokkerij en genetica van de honden. Hierbij heeft zij een grote belangstelling voor genetica, kleuren en vachten, inteelt en outcross, van conceptie tot uitvliegen, keuzes in de fokkerij en ogen-neuzen en kleurgebonden ziektes in relatie tot de gezondheid van de hond.

Marjoleine is hoofdredacteur van het blad Dogzine en heeft meermalen meegewerkt aan onderzoeken binnen kleine populaties en is nauw betrokken bij diverse outcrossprojecten in de kynologie.

Wat is een gesloten populatie

Het fokken met een gesloten populatie is niet zo eenvoudig. De boxergroep is bijvoorbeeld een gesloten populatie.  In die populatie fok je met ouderdieren. Om een gezonde populatie te verkrijgen en in stand te houden heb je 1000 dieren nodig die genetisch onverwant met elkaar zouden moeten zijn. Onverwant dat houdt in dat er geen verwantschap van ouderdieren mag zijn. Echter in de kynologie is er geen enkel ras te vinden die 1000 onverwante honden hebben.

Begrip genetica

Om de vererving van problemen te begrijpen is inzicht in genetica nodig. Genetica is het bestuderen van de wijze waarop erfelijke eigenschappen worden doorgegeven van generatie op generatie. De erfelijke eigenschappen liggen opgeslagen in onze genen. Ieder gen heeft verschillende loci (meervoud van locus) en allelen.

Zo hebben wij een hond, de hond bestaat uit cellen. Ieder lichaamscel bestaat uit een celmembraan, chromosomen, celplasma en een kern. De chromosomen bevatten ons DNA. In het DNA zitten dus de chromosomen die onze genen bevatten, ons erfelijk materiaal. De genen bevaten loci en allelen.

Een locus is de locatie van een gen op een chromosoom.

Een allel is een gen en deze geeft de variatie van een gen weer. De basis voor genetische variatie in kenmerken. Zoals een bruine of een zwarte vacht, of de kleur van de ogen.

Genoom

Een genoom is een complete set genen van een individu. Deze zijn uniek!

De mens bevat ongeveer 20.000 genen en de hond 19.700 genen.

Een “mens” bevat 23 chromosomenparen en 46 chromosomen.

Een “hond” ” bevat 39 chromosomenparen en 78 chromosomen.

39 komen van de vader en 39 komen van de moeder. Bij ieder heb je 38 autosomen en 1 geslachtschromosomen. De vader bepaalt het geslacht. De moeder geeft X  en de vader X of Y. X staat voor vrouwelijk en het Y voor mannelijk. Geeft de vader X dan wordt het individu vrouwelijk en geeft de Vader Y dan wordt het individu mannelijk. En krijg je XX of XY.

Bij de samensmelting van een zaadcel en een eicel komen 2 x 39 chromosomen bij elkaar. Die voor in totaal 78 chromosomen zorgen.

Genotype en Fenotype

Het “genottype” is de genetische samenstelling van een individu. Bijvoorbeeld het allelenpaar dat voorkomt op een gen.

Het “fenotype” is wat je ziet, het uiterlijk.

Homozygoot zijn twee dezelfde allelen. bb of BB bijvoorbeeld bij een vachtkleur.

Heterozygoot zijn twee verschillende allelen. Bb bijvoorbeeld bij een vachtkleur.

Bruin is bb en zwart kan B of b bevatten. Een vachtkleur kan dominant of recessief zijn.

Dominant allel is altijd een hoofdletter en overheerst.

Recessief is een bijbehorend allel en alleen zichtbaar in homozygote vorm.

Reu/Teef B B
b Bb Bb
b Bb Bb

De nakomelingen in dit schema zijn 100% zwart Bb. Zwart kan BB of Bb zijn. Bruin is bb.

Reu/Teef B b
b Bb bb
b Bb bb

Het fenotype van de nakomelingen is 50% Bb en 50% bb

Dit kan dan in een schema weergegeven worden. Ik heb een schema van de boxers met ook witmarkers boven de tekst geplaatst. Dit geeft tevens aan welke nakomelingen verwacht kunnen worden.

In schema voor de boxers

Reu/teef Geel Gestroomd
Geel Geel Gestroomd en Geel
Gestroomd Geel en gestroomd Gestroomd en Geel

Wanneer de reu en teef samen geel zijn dan krijg je altijd gele pups.

Een gestroomde en een gele, geven gestroomd en geel.

Gestroomd en gestroomd geven geel en gestroomd.

Ik heb wit even buiten beschouwing gelaten. Heb je interesse om dit in schema te zien klik dan op de navolgende link:

  1. Vachtkleuren boxers of op
  2. Vachtkleuren boxer

Letale factor;

Homozygoten zijn niet levensvatbaar

Bijvoorbeeld bij een dominatie gen van haarloosheid (H). Bij de Chinese gekuifde en Peruaanse naakthond& Mexicaanse naakthond.

In schema:

H h
H letaal Hh
h Hh hh

Interacties tussen genen

Monogeen kenmerk berust op één gen; Catraract, Von Willebrand, pupgrootte.

Polygeen kenmerk berust op meerdere genen; afmetingen, gewicht, nestgrootte, cryptorchidie en hartafwijkingen.

Multifactorieel kenmerk: Berust op meerdere genen en ontwikkelt onder milieu invloeden; heupdysplasie, epilepsie (kan ook erfelijk zijn) elleboogdysplasie.

Geslachtbeperkte eigenschap; komt alleen tot uiting bij één gesclacht, melkgift of cryptochidie.

Geslachtsgebonden eigenschap; Eigenschappen op geslachtchromosomen zoals bloederziekte. Bij bloederziekte zijn de vrouwen dragers en de mannen lijders. (Denk hierbij aan de Tsaar van Rusland, bij de dochters geen probleem totdat zij een zoon kregen. De dochters zijn de dragers en de zoon was lijder).

Epigenetica

Erfelijke veranderingen in de genfunctie zonder verandering in de DNA sequentie beïnvloedt de ontwikkeling van een individu.

  • Stress tijdens de zwangerschap; Hogere stressgevoeligheid
  • Hongersnood tijdens de zwangerschap; Diabetes tot in de 3de
  • Extreme hormonen in de baarmoeder; Meer mannelijk/vrouwelijk.

Genenverlies ontstaat door

  • Selectie op fenotype, het uiterlijk;
  • Karakter;
  • Exterieur;
  • Gezondheid;
  • Gevolg-> inteelt.

Homozygotie leidt tot de uiting van ziektes

Want: minder verschillende genen is meer homozygote genen, meer zieke homozygote genen is  meer ziekte, meer homozygote genen in een cluster vergroot de kans op genetische gelijke clusters en daarmee de uiting van polygene aandoeningen.

Hoe ga je om met de ziektes in je eigen ras. Dit doe je aanvankelijk door selectie. Bij selectie is het zaak om zo min mogelijk uit te sluiten. Door uit te sluiten verlies je genen en dat is weer slecht voor de populatie. Genenverlies is alleen maar goed voor het fenotype, allemaal homogene honden, honden die qua uiterlijk op elkaar lijken.

(mijn noot: doch bij erfelijke epilepsie, hartafwijkingen zoals ARVC, HCM, dilatatieve cardiomyopathiaen boxerJKD/JRD en waar ik kennis van heb dat het in een bepaalde lijn voorkomt, sluit ik honden uit. Omdat je de volgende generatie opzadelt met deze erfelijke aandoeningen).

Juridisch

Iedere fokker is verantwoordelijk voor het product dat hij levert, in deze natuurlijk de pup. Daarom dien je te proberen een zo goed mogelijk product te “maken” en hierin is kennis van de populatie van belang.

Enkelvoudige aandoeningen

Het wordt aangeraden om voor de fok nooit teveel fokdieren uit te sluiten. Bij recessieve aandoeningen zijn lijders van de aandoening makkelijk te voorkomen. Dragers zouden in principe gebruikt kunnen worden. Lijders hebben de ziekte en dragers, zoals het woord al zegt, dragen de aandoening met zich mee maar hebben de ziekte niet, althans deze komt niet tot uiting.

Polygene aandoeningen

Tracht zoveel mogelijk informatie te bekomen van de lijnen. Mocht je echter een dekreu elders  kiezen en de lijnen niet zo goed kennen dan ben je afhankelijk van hetgeen de fokker zegt en aangeeft. Meestal ondervindt je de erfelijke aandoeningen van een bepaalde lijn pas na de dekking. Wanneer dan erfelijke aandoeningen tevoorschijn komen waar jezelf niet voor kiest dan wordt je daar niet bepaalt vrolijk van. Is de fokker eerlijk om je de erfelijke aandoeningen voortijds mede te delen dan kun je zelf de keuze maken of je al dan niet doorgaat met deze reu. Hier zal in het algemeen ook het issue liggen.

De regel bij het voorkomen van lijders bij polygene ziektes is dat je  bij een kind van een lijder op zoek dient te gaan naar een partner met vrije ouders en grootouders. Daarom is het belangrijk dat je de lijnen goed leert kennen. Wat ook belangrijk is dat je je founders van je ras moet behouden. Founders zijn honden die niet veel voorkomen in de bloedlijnen. Zoek hier naar. Founders zijn de eerste honden in een ras en onverwant met elkaar en zijn onafhankelijke bronnen van genen. Kijk naar honden waar niet veel vraag naar is. Tevens is het van belang dat er een goede database bijgehouden moet worden en waar alle onderzoeken in genoteerd wordt.

Mean kinship

Mean kinship is de maat voor een percentage verwanten in een populatie en is de voorspeller van inteelt, want inteelt is het fokken met verwanten.

Een hoge mean kinship houdt in dat er veel verwanten in de populatie voorkomen met meer veelvoorkomende allelen en moeilijk inzetbaar door de coëfficient.

Een lage mean kinship houdt in dat er weinig verwanten in de populatie voorkomen met meer zeldzame allelen waardoor het makkelijker, bijna met iedereen, inzetbaar is door de lage coëfficient.

De inteeltcoëfficient is de kans dat een individu van beide ouderdieren hetzelfde allel erft, afkomstig van een gemeenschappelijke voorouder. Dit kunnen goede eigenschappen maar ook minder goede eigenschappen zijn. En wat te denken van erfelijke aandoeningen.

Bottleneck

Bottleneck’s trachten te vermijden. Bottlenecks zijn honden die veelvuldig zijn gebruikt en de genenpoule verkleinen.

Waarom Bottleneck: Als je een fles gevuld hebt met ouderdieren, zowel moeders als vaders. Uit de fles selecteer je een aantal ouderdieren en hier fok je mee verder. De overige ouderdieren blijven in de fles en daar wordt niets meegedaan. Opdat moment wordt de populatie en de genenpoule drastisch gereduceerd. Met de geselecteerde ouderdieren fok je verder. Dit is een kleine selectie vanuit de fles. De volgende generatie bestaat enkel en alleen uit een klein aantal geselecteerde ouderdieren die de genenpoule verkleint hebben.  Dit zie je terug op stambomen waar veel overeenkomstige ouderdieren in voorkomen. Wil je de genenpoule vergoten dan dien je opzoek te gaan naar founders.

Belangrijk!!

  • Bereken de COI nooit over slechts vier generaties.
  • Probeer altijd rekening te houden met de founders.
  • Het beste is om in de eerste vijf generaties geen overeenkomstige ouderdieren aan te treffen. (dit alleen al is gezien de huidige populatie best moeilijk).

AVK-waarde (Ahne VerlustKoeffizient)

  • Geeft het voorouderverlies weer over vijf generaties.
  • 100% wil zeggen alle 31 dieren in de stamboom zijn verschillend.
  • Aks er twee gelijke dieren in een stamboom staan is dt 30 verschillend ipv 31. 30/31 x 100= 96,7 %

Dus maak een bewuste combinatie van ouderdieren en sluit geen dragers uit. Gebruik zoveel mogelijk dieren en ken je lijnen en populatie. Test om te zien wat je kunt gebruiken en niet om uit te sluiten. Beperk de hoeveelheid nesten en het aantal dekkingen. Breng zo mogelijk nieuw bloed in de lijnen. Gebruik een database en vooral wees open en eerlijk!!

 

“ Dont look back you’re not going that way. You do what you think is best, and when you know better, you do better.”

 

© Copyright 2017- 2020 Myriam Arends.  

Alle rechten zijn voorbehouden aan de maker van deze website: La Torre Dell’Aquila.